REVIEW: Première Klaas Vaak

Dromerige Klaas Vaak heeft wat slaapmomenten
Door Anna Stam

Welk kind kent hem niet? Het is die aardige, lieve man met lange witte baard en excentrieke puntmuts die ’s nachts zand in je ogen strooit. Juist ja, we hebben het hier over Klaas Vaak. Afgelopen zaterdag ging onder regie van Hetty Feteris in het Efteling Theater de sprookjesmusical Klaas Vaak in première. Het is alweer de 11e musical van Efteling Theaterproducties. Waar in het verleden samen werd gewerkt met V&V Entertainment, Rick Engelkes Producties en Joop van de Ende Theaterproducties, is Klaas Vaak na De Sprookjesboom opnieuw een volledig eigen productie. En dat is redelijk goed gelukt.

De musical Klaas Vaak gaat uiteraard over de bekende man die met zijn magische slaapzand kinderen over de hele wereld mooie dromen bezorgt. Zo ook in het Sprookjesbos waar Hans en Grietje, Roodkapje en de Kikkerprinses leven. De laatste tijd lijkt het slaapzand bij deze sprookjesfiguren niet meer te werken en krijgen ze nachtmerries in plaats van mooie dromen. Bij het vallen van de nacht gaat Klaas Vaak daarom samen met zijn trouwe vriend de uil op pad om het raadsel voor eens en altijd op te lossen. De volwassen hoofdrollen in de voorstelling worden gespeeld door Diederik Rep (Klaas Vaak), Willem-Jan Stouthart (Uil Oehoe), Eline Schmidt (Heks Noxana), Karel Simons (Kat Nachtschade), Hein Gerrits (Hoofdzandkabouter Korrel) en Sabrine Hallewas (De meisjes-zandkabouter). Iedere speler brengt zijn eigen talent mee op het podium. Zo showt Gerrits zijn magistrale danskwaliteiten, is Rep een liefdevolle kindervriend, laat Stouthart de uil mooi tot leven komen en transformeert Simons compleet in de kat door razendsnelle acrobatische stunts. Schmidt valt het meeste op door haar uitgesproken rol en de fantastische vertolking ervan. Met haar gouden strot kraait ze gemene en angstaanjagende klanken uit. Het enige minpuntje is dat de heks en de kat soms voor de best jonge kinderen een iets te spannend duo zijn.

Het verhaal is nieuw geschreven door Allard Blom. De musical komt wel wat moeilijk op gang. De grappen komen niet echt aan; het publiek lijkt nog niet warm. Ook tijdens de rest van de voorstelling zijn er momenten waarop het wat trager gaat dan zou moeten. Naast het verhaal zijn er ook nieuwe liederen geschreven, uit de hand van René Merkelbach. De muziek is erg mooi en dromerig; het past goed bij het verhaal. De liederen blijven alleen niet hangen; ze zijn niet echt ‘catchy’. De kostuums zijn een creatie van Carla de Kroon. Hiermee is flink uitgepakt en daarom maken ze ook de voorstelling; Klaas Vaak ziet er echt uit zoals kinderen in dromen hem voor zich zien. Daarentegen is het decor (Robert-Jaap Jansen) vrij sober gehouden met als basis een aantal reusachtige zandkorrels in het midden van het podium. Dit is eigenlijk prima, want zo vallen de kostuums meer in het oog.